Diversiteit: kracht of valkuil?

Ik heb de laatste tijd regelmatig gesprekken over het thema diversiteit en verbaas me daarbij steeds vaker om het feit dat dat thema – ook door grote professionele partijen – gereduceerd wordt tot verschillen tussen man en vrouw, of mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, afkomst, geaardheid of andere “aanwijsbare” verschillen tussen mensen. En men komt er maar niet uit. Dat is niet gek.

Deze week werd ik via Facebook gewezen op een uit 2006 daterende toespraak van Sir Ken Robinson. De centrale vraag in zijn betoog: “Do schools kill creativity?”. Zijn conclusie: jazeker. We krijgen van jongs af aan aangeleerd ons aan te passen aan het systeem, onszelf te voegen naar wat de maatschappij als “standaard” heeft gezet. Val je daarbuiten, dan vergooi je je kansen, een uitzondering daargelaten. De toespraak is een absolute aanrader. Niet alleen vanwege het terechte punt dat hij maakt, ook vanwege de manier waarop hij zijn punt maakt. Zijn betoog is overigens ook op briljante wijze gevisualiseerd door RSA Animate. Deze club, waarvan de naam de afkorting is van de “Royal Society for the encouragement of Arts, Manufactures and Commerce” heeft een nobel doel: “bringing great ideas to global audiences”. En dat doen ze.

Robinsons’ verhaal wijst ons terecht op een issue, een probleem. In mijn ogen zeer herkenbaar. Niet alleen daar waar het gaat om opleiding, maar ook, of misschien juist, daar waar het gaat om de organisaties waarin we werken. Organisaties zoeken naarstig naar besturingsmodellen en het bijbehorend meetinstrumentarium om mensen in het “gareel” te krijgen. Dit druist echter meer dan eens in tegen de belofte die wordt gedaan.

“Wij zoeken een ondernemende professional”, maakt bijna standaard deel uit van een profiel van de gezochte ideale kandidaat voor een willekeurige functie. Maar ondernemen binnen de functie wordt allerminst gewaardeerd, blijkt later. “Wij geven onze mensen alle ruimte”, klinkt het veelbelovend, maar als puntje bij paaltje komt moet je de ruimte in je vrije tijd creëren. Je bent vrij in je doen en laten, zolang je maar past binnen het – controleerbare – systeem. Pas je aan en je kunt groeien.

Maar wat is de relatie tussen het betoog van Ken Robinson en het thema diversiteit? Dat organisaties kansen laten liggen door mensen te dwingen in een keurslijf. Dat het straffen van het maken van fouten en het sturen van mensen op basis van generieke KPI’s de creativiteit en daarmee de innovatiekracht in de kiem smoort. Dat de discussie over het onderwerp diversiteit vaak aan de verkeerde tafel wordt gevoerd.

Het enige juiste antwoord op dit thema is namelijk om óf volstrekt duidelijk en eerlijk te zijn in je communicatie over hetgeen je zoekt in mensen (“wij willen alleen mensen die bereid zijn 200% te geven en zich volledig voegen naar ons model”) óf, als diversiteit belangrijk is voor je, de daad bij het woord te voegen en te doen wat je belooft: luisteren naar mensen en ze effectief de ruimte geven zelf vorm en inhoud te geven aan hun carrière, hun eigen succes, in het belang van de organisatie. Op een gezonde manier mee te bewegen met wat mensen belangrijk vinden in hun leven of in de levensfase waarin ze zich bevinden. Dat vraagt niet om beleid, maar om leiders (mensen) die bereid en in staat zijn om talent zichzelf te laten ontwikkelen door het ruimte te geven.

Ik heb er eerder over geschreven: succes is een keuze. Ik doe aan dat betoog geen woord af. Maar, geconfronteerd met de toespraak van Sir Ken Robinson, realiseerde ik me dat er nog een schone taak weggelegd is voor veel organisaties. Het is juist aan hen om professionals in staat te stellen succesvol te zijn. Op hun eigen manier. Pas als ze dat aantoonbaar waarmaken, kunnen ze met recht spreken van een organisatie die kracht haalt uit diversiteit. Diversiteit van talent.

2 reacties op “Diversiteit: kracht of valkuil?”

  1. Pieter schreef:

    Mooi verhaal Ralf

  2. Ralf de Graaf schreef:

    Dankjewel, Pieter!